000047-0072-000343-759x500
Suzan van Lieshout

Suzan van Lieshout

Kindgesprekken kleuters

Kindgesprekken kleuters door Suzan. Met kinderen uit groep 1 en 2 kun je fantastische kindgesprekken voeren. De puurheid van de kleuters zorgt voor een extra dimensie in de gesprekken. Jij als leerkracht wordt uitgedaagd om echt bij het kind aan te sluiten. Ik nodig je uit om je te verwonderen over de wereld waarin het kind leeft door echte open vragen te stellen.

Dit artikel gaat ook over ontwikkel-/doelengesprek voeren met de kinderen uit groep 1 en 2. Dit doe je door aan te sluiten bij de interesse van het kind en een betekenisvol aanbod te creëren. De leerkracht plant een thema in waarin een krachtig aanbod wordt gecreëerd op basis van leerlijnen en doelen in een betekenisvolle context.

Er zit een verschil in kindgesprekken voeren en ontwikkel-/doelengesprek voeren met kinderen uit groep 1 en 2. Bij de eerste soort gesprekken sluit je aan bij wat het kind je wil vertellen en bij de tweede soort gesprekken ben jij als leerkracht meer leidend qua inhoud.

Net als bij de kindgesprekken in groep 3 t/m 8 heb je een aantal leerkrachtvaardigheden nodig zoals: de juiste gesprekstechnieken, een professionele attitude en de praktische haalbaarheid. In de vorige 2 artikelen die ik heb geschreven hierover kun je al veel tips terugvinden die betrekking hebben op het in gesprek gaan met kinderen van alle leeftijden. In dit artikel verwijs ik hier regelmatig naar.

Kindgesprekken voeren

Waarom wil je kindgesprekken voeren met een kinderen uit groep 1 en 2? Er zijn diverse redenen om in gesprek te gaan met een kind en doelen om na te streven. Maak hier voor jezelf een bewuste keuze in en plan er tijd voor in. Een gesprek voeren is net zo belangrijk als een goede spelles geven of observeren!

Welbevinden van het kind

Een mooie aanleiding om in gesprek te gaan over het welbevinden is de gevoelsthermometer, of gevoelsmeter.

Gevoelsthermometer

In mijn klas ligt deze op tafel. Voor elk kind is er een wasknijper met de eigen naam erop. Bij binnenkomst plaatst het kind (met behulp van zijn ouder/verzorger) zijn wasknijper bij de passende emotie. De wasknijper blijft hier voor sommige kinderen de hele dag op hangen, andere kinderen verhangen de wasknijper na een gebeurtenis, dit geeft veel informatie. De plaats van de wasknijper is een mooie aanleiding tot gesprek. “Ik zie dat je je wasknijper bij blij hebt gehangen, wat maakt jou blij?” Deze vraag kun je bij elke emotie stellen. Luister goed naar het antwoord, hier begint het gesprek pas. Onderzoek wat het kind wil zeggen door vragen te stellen.  

Een leuke bijkomstigheid is dat kinderen elkaar ook gaan bevragen als hun oog valt op de plaats van de wasknijper. Let wel op dat je niet alleen in gesprek gaat als de wasknijper op rood hangt, dan zou je te veel nadruk op zorgen kunnen leggen. Kijk ook wat kinderen blij maakt.

Startgesprek

In de eerste weken van het schooljaar of na elke vakantie kun je met het kind weer eens even een nieuw startpunt bepalen met een startgesprek. Hoe gaat het ermee? Hiervoor is het handig een aantal vaste onderwerpen door te nemen en in een document vast te leggen. Dit document kun je samen met het kind op school invullen of je geeft het mee naar huis, waar het kind het samen met zijn ouder(s) invult. Dit om een overzicht te hebben van eigenschappen en interesses van het kind.

Je kunt het hebben over zijn interesses thuis en op school, zijn vrienden thuis en op school, de dingen die makkelijk en moeilijk gaan thuis en op school. Het is niet de bedoeling dat je tijdens een start gesprek doelen gaat stellen. Verwonder en leer het kind steeds beter kennen.

Actualiteit, gebeurtenissen

Kindgesprekken met kinderen uit groep 1 en 2 voer je eigenlijk de hele dag door. Naar aanleiding van een actualiteit kun je vragen: ‘Wat is er gebeurd?’ Laat de vraag open en stel de vraag zonder aannames. Ga door je knieën, kom op ooghoogte met het kind en luister naar zijn verhaal. Benoem je eigen gevoelens en behoeften en probeer zo neutraal/objectief mogelijk te beschrijven wat je zag. Probeer je ook te verplaatsen in de gevoelens en behoeften van het kind. Waar is het kind naar op zoek? Wat wil het kind er over vertellen?

Ontwikkel-/doelengesprek voeren

Hoe ga je (spelenderwijs) in gesprek over een nog te behalen doel? Hele dagen zijn we in gesprek met kleuters. Een kleuter zegt wat hij leuk en niet leuk vindt en wat hij misschien zou willen leren, als hij een ander kind dit heeft zien doen. Maar hoe zorg je nu dat je de ontwikkelingslijnen en doelen die je op je netvlies hebt ook terug ziet en bespreekt tijdens het spel?

Jij weet waar kinderen zich in hun ontwikkeling bevinden en waar de zone van de naaste ontwikkeling uit bestaat. Kleuters zijn kleuters en spelend leren is super belangrijk. We houden daarbij de ontwikkeling in de gaten en noteren deze op een bepaalde manier in een observatiesysteem. Maar hoe zet je nu met een kleuter de volgende stap?

Vaak zijn er diverse lijsten die je bij kleuters in wilt vullen van de grove motoriek tot aan de taalontwikkeling en van de 21e eeuwse vaardigheden tot aan de sociale en emotionele ontwikkeling. De observaties en gegevens zijn de basis waarop je ontwikkel-/doelengesprekken gaat voeren. Per kind heb je een duidelijk beeld van waar hij staat op de leerlijnen en per thema heb je duidelijk beeld van de doelen. Voor welk kind is welk doel van belang in de komende periode? Heb je dit duidelijk en sluit het lesaanbod hier aantrekkelijk bij aan? Dan kun je over betekenisvolle doelen kindgesprekken gaan voeren met kinderen. Hiervoor gebruik ik diverse organisatievormen.

Schuif bij de kinderen aan

Je weet dat het kind de kleuren blauw en groen door elkaar haalt. Je schuift bij het kind aan als deze heeft gekozen voor kralen rijgen. Samen bespreek je de kleuren. Je gaat op zoek naar blauw en groen. Je spreekt af dat je volgende week samen nog eens gaat kijken naar de kleuren. Intussen heb je het kind hopelijk bewust gemaakt van de kleuren blauw en groen die overal te vinden zijn en kan hij hiermee vooruit.

Organiseer een kleine kring

Je hebt een doel in het thema gestopt wat zegt dat alle kinderen beginklank gaan beheersen. Organiseer in een kleine kring een startactiviteit waarin je een kindgesprek gaat voeren met kinderen. Daag de kinderen uit in de komende week een bepaalde plek in de klas te vullen met voorwerpen op beginklank of  introduceer een werkblad. Kinderen kiezen met welke activiteit ze willen gaan oefenen. Na een paar dagen kom je erop terug en laat je de kinderen aan elkaar vertellen wat ze hebben geleerd.

Creëer een apart moment in alle rust

Je wilt oefenen met rangtelwoorden. Zorg dat je materialen en cijferkaartjes bij de hand hebt. Leg uit dat dit een onderdeel waarvan je graag wilt weten of dit al lukt. Je doet voor en het kind doet na. Veel herhaling en in oefening is gewenst. Hoe vindt het kind dat het zelf gaat? Waarmee zou het kind dit nog kunnen oefenen en wanneer gaat het kind dat dan doen? Je spreekt samen af wanneer het kind aan jou laat zien wat hij al kan op een later moment.

Tijd inplannen voor een gesprek in een drukke kleutergroep?

De momenten echt alleen met een kind zul je moeten organiseren met anderen. Is er een klassenassistent of onderwijsassistent aanwezig? Zorg er dan voor dat zij de kinderen helpt die vragen of problemen hebben die niet kunnen wachten. Ook kun je de kindgesprekken voeren met kinderen in een periode van zelfstandig werken, het stoplicht staat op rood. Je bent hierbij wel afhankelijk van meerdere succesfactoren. Kies een moment waarop kinderen weinig hulp nodig hebben of aan het werk zijn met een beperkte keuze activiteit. Ook kun je met andere kleuterleerkrachten het buiten speel moment benutten voor een 1 op 1 gesprek buiten of binnen. Weeg hier goed af welk doel en welke urgentie je gesprek heeft.

Een ouder-kind gesprek voorbereiden en voeren

Voorbereiden

Dan is er ten slotte ook nog het ouder-kind gesprek, waarbij tijdens een officieel gesprek het kind meekomt. Dit kan zeker met kleuters en geeft een frisse kijk op de verhouding en relatie tussen kind en ouder(s). De ouder trekt zich vaak wat terug en het kind krijgt de hoofdrol. Sommige leerkrachten vrezen er misschien voor dat er over het kind wordt gesproken en niet met het kind. Dit gebeurt zelden en als dit gebeurt is de leerkracht de persoon om de regie hierin te pakken. De regie en daarbij horende organisatie is van groot belang bij een ouder-kind gesprek. Communiceer helder de planning en je verwachting met ouder(s) en kind. Plan 15 minuten in voor het gesprek. Kijk even of je aan het begin of einde de eventuele vragen van de ouders de ruimte wilt geven.

Kindgesprekken kleuters voeren met ouders

Bouw het gesprek op uit 3 onderdelen welke je dus bij aanvang communiceert:

1. Je gaat kindgesprekken voeren met het kind over wat hij leuk/minder leuk vindt of graag/minder graag doet. Hierbij gebruik je het kiesbord en de vraag: Waar hang jij jouw naam het liefst bij? enzovoort

2. Hierna neem je zijn (digitale) portfolio map door of bekijken je wat werkjes/foto’s en laat je het kind zelf vertellen over de werkjes.

3. Tot slot vertel je nog hoe de vorderingen zijn op leergebied en waar jullie de komende tijd aandacht aan gaan besteden. Heel respectvol betrek je steeds het kind bij het gesprek zoveel als kan.

Mocht er een onderwerp ter sprake komen wat niet fijn voelt of welke niet past binnen de aan het begin gemaakte afspraken, dan maak je eventueel een nieuwe afspraak om contact te hebben.

Waar ik hij schrijf bedoel ik ook zij.

Lees meer van mijn verhalen op Jufmaike.nl

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Scroll naar top
WhatsApp chat