000047-0052-001201-759x500
Suzan van Lieshout

Suzan van Lieshout

Eigenaarschap in kindgesprekken

Dit hoofdstuk wordt in dit artikel aangevuld met informatie over: eigenaarschap, hoe om te gaan met stille kinderen en hoe nieuwsgierig zijn je helpt bij het voeren van kindgesprekken.

Hierna volgt er in deel 2 een stuk over je professionele attitude, hoe voer je nu een gesprek in 10 minuten, hoe zorg je ervoor dat het kind eigenaar wordt van zijn eigen leerproces? Hierbij heb ik het over: proces is belangrijker dan product. Aan de hand van 25 voorbeeld vragen help ik je het kind onderzoeken om vervolgens door goed samen te vatten tot een actie te komen. Welke het kind op gaat schrijven in concreet haalbare doelen.

In het hoofdstuk Praktische haalbaarheid kindgesprekken (1.5) lazen jullie al over hoe je de gesprekken nu mogelijk maakt in de waan van de dag en hoe je kinderen met behulp van het inschrijfformulier helpt actie te ondernemen. Hierbij wil ik aangeven dat er geen administratieve rompslomp bij komt kijken. Het kind heeft een eigen portfoliomapje met hierin de doelenbladen, welke bij elk gesprek worden doorgenomen. Ben je nog niet klaar dan houdt het kind het doel nog even, heeft het kind het doel wel afgerond dan pak je een nieuw doelenblad. (Een digitaal portfolio zou helemaal mooi zijn :).

De juiste gesprekstechnieken

Eigenaarschap

Algemene doel van het kindgesprek is dus eigenaarschap, kinderen willen aan iets werken. Eerder had ik het al over regie. Waar willen kinderen beter in worden? Als je het antwoord gaat sturen omdat jij vindt dat hij beter moet worden in lezen, dan is het geen kindgesprek en als er dan niet aan gewerkt wordt, is dit heel logisch.

Laat je het kind zelf nadenken over wat hij wil leren. Bijvoorbeeld lezen, dan is dat mooi meegenomen 😉 Blijkt dat hij liever een interesse onderwerp kiest, bijv. krokodillen, dan is het fijn om zo concreet mogelijk te onderzoeken wat hij daarvoor nodig heeft, dit zullen ook leesvaardigheden zijn. Deze verwerk je dan in de werkaanpak, want plannen en de executieve functies zijn ook onderdeel van het aan de slag gaan met je plan. Ziet het kind het zitten….dan gaat het lukken.

Stille kinderen

Wil een kind niet over doelen praten maak dan nader kennis met hem. Speel met hem, doe een gezelschapsspel of lees een boek. Ga voetballen en probeer samen te ontspannen. Praat over thuis en zijn hobby’s. Vaak zijn er in zijn vrije leven thema’s die raken aan het schoolleven. Onzeker zijn bij zwemmen, door het gat zwemmen bijvoorbeeld, kan vergeleken worden met een vriendje afspreken na schooltijd. Hoe is het hem toch gelukt door het gat te zwemmen? Welke talenten had hij daarvoor nodig en welke van die talenten kan hij dus in de schoolsituatie gebruiken. Kindgesprekken voer je prima in de klas, tussen alle andere kinderen.

Wees nieuwsgierig

Wees nieuwsgierig, onderzoek elk woord. Jij weet niks. Zeg niet ‘ik snap je’ want dan sla je het gesprek dood. Ik snap je is: stop maar met praten, het is al duidelijk. Alleen een verhaal kan nooit duidelijk zijn, iedere heeft iets anders in zijn gedachten dan jij. Echt iedereen, bij alles!!!! Elk mens is uniek en de denkwereld dus ook. Je mag natuurlijk geruststellen en bevestigen maar als je echt nieuwsgierig wilt zijn dan blijf je doorvragen net als een goede interviewer.

Professionele attitude

Proces is belangrijker dan product

Hoe doe je het nu in 10 minuten? Als je gebruik maakt van het doelenformulier, gebruik je al een aantal standaard vragen die hierop vermeld staan. Heb je haast, dan werk je ze een voor een af en ben je snel klaar. Je kunt het zelfs in laten vullen door het kind en erop vertrouwen dat het goed komt. Zo kom je helaas niet toe aan het allerleukste van alles: het gesprek! Wees je ervan bewust dat het proces interessanter is dan het product. Dus pak die 10 minuten per kind en toon belangstelling.

Hieronder vind je een 25-tal willekeurige vragen voor als je even niet meer weet wat je moet vragen…

Nogmaals het meest ideale is het als je door kunt vragen op het antwoord wat het kind je geeft.

Vertel eens wat zie ik?

Wat kun je me erover vertellen?

Wat gaat goed wat gaat minder goed?

Waar zou je nog aan willen werken?

Wat levert dat dan op?

Hoe zie ik dat voor me?

Wat heb je daarvoor nodig?

Zijn er nog andere dingen belangrijk?

Hoe gaat het lukken?

Hoe ziet het eruit als het gelukt is?

Wat wil je doen als het is gelukt?

Waar sta je nu?

Waar wil je naar toe?

Wat moet daarvoor veranderen?

Wie heb je daarvoor nodig?

Wat maakt het moeilijk?

Hoe wordt het makkelijker?

Wat heb je nodig van de volwassenen om je heen?

Hoe plan je het in?

Hoeveel feedback heb je nodig?

Werk je alleen of samen?

Waar ga je werken?

Hoe vier je je successen?

Hoe stel je bij?

Wanneer zullen we weer in gesprek gaan?

Vat samen

Na alle antwoorden op je vragen, vat je tussendoor samen. Doe dit altijd op een vragende wijze. Ik hoor je zeggen dat je het moeilijk vindt om netjes tussen de lijnen te schrijven en dat het je beter lukt met pen dan met potlood, klopt dat? Ook kun je een kind laten samen vatten. Vertel me nu eens wat het allerbelangrijkste is wat je wilt leren? Dit kan je enorm helpen focus te houden in een gesprek.

Laat het kind de afspraken noteren

Door het kind zelf te laten schrijven, geef je hem meer regie. Ook formuleren kinderen vaak hun eigen doelen op kinderlijke wijze. Verander deze niet in volwassen taal. Ik hoorde eens een kind zeggen: Dan wil ik de tafel van 4 snel op kunnen zeggen. De leerkracht citeerde vervolgens en schreef zelf op: de tafel van 4 automatiseren. Bij groep 3 en 4 kan het helpen om voor de kinderen te schrijven: schrijf op wat zij letterlijk zeggen.

Stel haalbare concrete doelen

De doelen moeten te behalen zijn en concreet worden benoemd. Zo SMART mogelijk (Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden). De betrokkenheid blijft hoog als het kind gemotiveerd is en vice versa. Vaak brengt een beloning of checkmoment ook motivatie met zich mee. Elke keer als je oefent een vakje mogen kleuren kan al helpen het overzichtelijk en concreet houden van je doel. Je doel op je tafel plakken of op een kaartje schrijven werkt ook stimulerend.

Doelentijd inroosteren kan ook helpen, iedereen werkt even aan zijn doel. Weeg per kind af wanneer er een korte terugkoppeling is, sommige kinderen hebben elke dag even korte interesse nodig anderen kun je eens per week vragen hoe ver ze zijn en of het lukt.

Misschien heb je nu zelf een doel waarvan je vindt dat het kind deze echt moet bereiken. Dan is dat een ander gesprek. Je vertelt wat het doel is wat jij wilt dat het kind gaat bereiken, dit kan ook klassikaal of met een groepje. Dan blijven de vragen als: ‘wat heb je nodig om dit doel te bereiken?’ en ‘wat denkt je dat er gaat lukken binnen de gestelde tijd?’ interessant.

Dit is het einde van deel 2, nu is het hele artikel over kindgesprekken voeren in de klas compleet. De volgende keer schrijf ik, zoals beloofd over kindgesprekken voeren met kleuters. Welke materialen en technieken zijn hier helpend? Je kunt ook vast het blog van Juf Anja hierover lezen. Tot gauw!

Lees meer van mijn verhalen op Jufmaike.nl

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Scroll naar top
WhatsApp chat